|










|
Vriendschap met de armen
De
dienst aan de armen, onder de vorm van een concrete vriendschap, vormt het
derde "werk" van de gemeenschap. Van bij het ontstaan is dit
dagelijkse engagement een authentiek kenmerk van Sant'Egidio. De eerste
groep studenten die in 1968 bijeenkwam, voelde aan dat het evangelie enkel
dicht bij de armen beleefd kon worden: de armen werden hun vrienden want
het evangelie is in de eerste plaats een goede boodschap voor de armen.
Op deze manier werd de eerste dienst van de gemeenschap geboren: de
"scuola popolare" of "volksschool" in het
"Cinodromo" en andere Romeinse barakkenwijken langs de Tiber.
Dergelijke "bijscholen" zijn sindsdien op vele plaatsen
ontstaan, in wijken en steden waar de gemeenschap aanwezig is. In de
bijschool wordt bijzondere aandacht gegeven aan kinderen die in moeilijke
omstandigheden opgroeien.
Geïnspireerd
door hoofdstuk 25 van het Matteusevangelie, breidde de gemeenschap
gaandeweg haar vriendschap uit naar andere armen: daklozen, fysiek en
mentaal gehandicapten, vreemdelingen, zieken en ouderen. De leden van de
gemeenschap gaan naar gevangenissen, bejaardeninstellingen, zigeunerkampen
en asielzoekerscentra. Sant'Egidio wil gevoelig zijn voor elke oude of
nieuwe vorm van armoede, zoals die van de bejaarden in Europa, die soms
wel begoed zijn maar arm in hun eenzaamheid.
Sant'Egidio
vereenzelvigt zich met al deze kleinste van haar broeders, zonder
onderscheid. Daarom maken de armen ten volle deel uit van de familie, die
de gemeenschap is. Overal waar Sant'Egidio aanwezig is, van Rome tot San
Salvador, van Kameroen tot België, van de Oekraïne tot in Indonesië, is
er vriendschap en solidariteit met de armen. Geen enkele gemeenschap is te
klein, te arm of te zwak om de armen te helpen. Het penninkje van de
weduwe heeft immers een grote waarde voor de Heer (Mc 12,41).

|