Sunday Vigil
Woord van god elke dag
Sunday Vigil
Saturday, February 4

Reading of the Word of God

Alleluia, alleluia, alleluia

Whoever lives and believes in me
will never die.

Alleluia, alleluia, alleluia

Hebrews 13,15-17.20-21

Through him, let us offer God an unending sacrifice of praise, the fruit of the lips of those who acknowledge his name. Keep doing good works and sharing your resources, for these are the kinds of sacrifice that please God. Obey your leaders and give way to them; they watch over your souls because they must give an account of them; make this a joy for them to do, and not a grief -- you yourselves would be the losers. I pray that the God of peace, who brought back from the dead our Lord Jesus, the great Shepherd of the sheep, by the blood that sealed an eternal covenant, may prepare you to do his will in every kind of good action; effecting in us all whatever is acceptable to himself through Jesus Christ, to whom be glory for ever and ever. Amen.


Alleluia, alleluia, alleluia

If you believe, you will see the glory of God,
thus says the Lord.

Alleluia, alleluia, alleluia

At the end of the Letter, we are invited to become involved in a "sacrifice of praise" brought forth every time the community gathers to celebrate the liturgy. The liturgy indeed gives strength and meaning to the entire life of Christian communities. Christian life is not about following a set of rules or rituals but about welcoming Christ's love which frees us from the slavery of sin. This invitation of the Letter refers to embodying a particular attitude in our daily lives that brings us to a "communion of goods," possible only when we look with benevolence upon our brothers and sisters. Even obedience becomes possible when our heart lives in benevolence and communion, for obeying cannot be an obligation; obeying must grow from the awareness of our need to be helped and guided. Then, the author invites his readers to prayer, which it is not reported in the text but remains the Letter's fundamental final passage before the concluding thanksgiving. Leaving his anonymous attitude, the author insistently asks, "Pray for us." Recently Pope Francis helped us feel with greater strength the commitment to pray for one another. After this request the author of the Letter expresses a great wish that in a certain way constitutes a conclusive theological point of the Letter. He formulates a solemn blessing for the community and reminds them again of God's salvific works that destroyed death. He reminds that "the God of peace brought them back" out of the kingdom of death (Is 63:11-13) "the great Shepherd of the sheep," summing up in this way the priestly office of Christ, a precursor and promoter. It is indeed the Lord who makes us perfect in every good so that we can accomplish his will. May the Lord make us perfect in good too, so that we will be able to accomplish his will.

Het gebed is het hart van het leven van de Gemeenschap van Sant’Egidio. Het is haar eerste “werk”. Aan het einde van de dag komt elke Gemeenschap, of die nu klein of groot is, samen bij de Heer om het Woord te beluisteren en zich tot Hem te richten in het gebed. De leerlingen kunnen niet anders dan aan de voeten van Jezus zitten, zoals Maria van Bethanië, om het “betere deel” te kiezen (Lc 10, 42) en van Hem zijn gezindheid te leren (vgl. Fil 2, 5).

Elke keer dat de Gemeenschap zich tot de Heer richt, maakt ze zich die vraag eigen van de anonieme leerling: “Heer, leer ons bidden!” (Lc 11, 1). En Jezus, meester in het gebed, antwoordt: “Wanneer jullie bidden, zeg dan: Abba, Vader”.

Wanneer we bidden, ook in de geslotenheid van ons eigen hart, zijn we nooit alleen of verweesd. Integendeel, we zijn leden van de familie van de Heer. In het gemeenschappelijk gebed wordt naast het mysterie van het kindschap, ook dat van de broederschap en zusterschap duidelijk.

De Gemeenschappen van Sant’Egidio, verspreid over de wereld, verzamelen zich op de verschillende plaatsen die gekozen zijn voor het gebed en brengen de hoop en het verdriet van de “uitgeputte en hulpeloze mensenmenigte” waarover het Evangelie spreekt (Mt 9, 37) bij de Heer. Deze oude menigte omvat de inwoners van onze hedendaagse steden, de armen die zich bevinden in de marge van het leven, en iedereen die wacht om als dagloner te worden aangenomen (vgl. Mt 20).

Het gemeenschappelijk gebed verzamelt de schreeuw, de hoop, het verlangen naar vrede, genezing, zin en redding, die beleefd worden door de mannen en vrouwen van deze wereld. Het gebed is nooit leeg. Het stijgt onophoudelijk op naar de Heer opdat verdriet verandert in vreugde, wanhoop in blijheid, angst in hoop, eenzaamheid in gemeenschap. En het rijk Gods zal spoedig temidden van de mensen komen.